Dutch Tech Campus: ‘Op zoek naar meer ruimte’

Gepubliceerd in PropertyNL Magazine Nr. 3 op 26 maart 2021.

 

Eigenaar PingProperties van de voormalige Siemens Campus is blij met de lokale samenwerking. ‘De snelheid waarmee we een vergunning kregen heb ik echt nérgens meegemaakt.’

Industrieel ogende blokkendozen met gevels van aluminium ribbelplaten, begrensd door rechte kanalen. ‘Je kunt het mooi vinden of niet, maar het vormt een eenheid. Dat geeft rust’, aldus Maarten Matze eigenaar van PingProperties. De gebouwen zijn begin jaren ’90 voor het Duitse technologieconcern Siemens ontworpen. Omgedoopt tot Dutch Tech Campus (DTC) maakt dit terrein van 13 hectare nu deel uit van het omringende Dutch Innovation Park in het Zuid-Hollandse Zoetermeer. Wethouder Jan Iedema, die zich vanuit de gemeente inspant voor een beter vestigingsklimaat, knikt tevreden als Matze gebaart naar de platen die de entree van de gebouwen aan het zicht onttrekken. Die gaan eerdaags tegen de vlakte. ‘Daar word ik wel blij van, Maarten.’

Vijf jaar geleden nam PingProperties het bedrijventerrein over van Siemens, dat daar zelf kantoor hield en bedrijfsruimte verhuurde aan voormalige dochterondernemers. Alle huurders hebben de afgelopen jaren hun contract verlengd, op de ICT-divisie van Atos na. Die trok zich na een reorganisatie terug in het hoofdkantoor in Amstelveen.

In 2013 kocht de investeerder ook al Siemens’ hoofdkantoor in het Haagse Beatrixkwartier. In zee gaan met een grote vastgoedgebruiker en geduldig afwachten tot zich meer kansen voordoen, dat is hoe PingProperties werkt. ‘Vanuit zo’n klantrelatie werken we verder, dat is onze strategie.’ Eerder deed het bedrijf, dat naast financiering ook beheer en ontwikkeling in eigen hand houdt, iets soortgelijks met de aankoop van het AkzoNobel-terrein in Arnhem. Matze: ‘Akzo raakte op den duur versplinterd, zodat er ook ruimte kwam voor andere bedrijven en voor onderwijsinstellingen. Intussen knappen wij zo’n gebied dan op en zorgen we voor de goede branding. Voor private gebiedsontwikkeling moet je geduld hebben.’

Grootscheepse renovatie
In Zoetermeer kan de vernieuwing van start gaan. De afgelopen vijf jaar heeft de eigenaar het gebied vooral ‘overeind gehouden’, aldus Matze. Het wachten was op het nabijgelegen nieuwe NS-station Lansingerland–Zoetermeer, dat in 2018 gereedkwam. En natuurlijk op de benodigde vergunningen voor nieuwbouw, al verliep dat proces volgens Matze behoorlijk soepel. ‘Vijf jaar klinkt misschien lang, maar gezien onze plannen is dat heel rap. De snelheid waarmee we een vergunning hebben gekregen voor een nieuw bedrijfsgebouw heb ik echt nérgens meegemaakt.’

Met de verduurzaming van de aanwezige gebouwen is PingProperties al in 2019 begonnen. Toen is ook ruim € 30 mln aan nieuwe investeringen aangetrokken en heeft Ping zijn belang uitgebreid naar 50%. Een aantal aandeelhouders werd uitgekocht, een nieuwe Amerikaanse partner haakte aan.

Nu is een grootscheepse renovatie gaande van de 6000 kantoormeters van Siemens Mobility, die moet in de nazomer gereed zijn. Een nieuw parkeerterrein voor het ronde hoofdgebouw is net klaar, de binnenterreinen krijgen een opknapbeurt. Een nieuwe huurder is ook binnengehaald: de van origine Japanse Topcon Positioning Group. Het bedrijf zal zich volgens de planning in het najaar vestigen in een nieuwe bedrijfsruimte van 3350 m² plus 1000 m² kantoorruimte. Op de naastgelegen kavel, die nog braak ligt, begint deze zomer de bouw van een multi-tenant bedrijfsruimte van bijna 20.000 m². Zittende huurders vroegen om extra ruimte, maar er zal ook ruimte overblijven voor andere gegadigden, verzekert Matze.

Test vernieuwend onderwijs
Voor Topcon gaf de nabijheid van de Haagse Hogeschool volgens Matze de doorslag. Die is met drie ICT-opleidingen gevestigd in een oude margarinefabriek met een vrolijk gele gevel, dezer dagen de Dutch Innovation Factory geheten. Daar lopen in normale tijden meer dan duizend studenten rond die zoeken naar stages, afstudeeropdrachten en banen.

Het onderwijsgebouw ligt vrijwel tegen de Tech Campus aan, in het omringende Dutch Innovation Park, waarvoor wethouder Jan Iedema (Onderwijs en Economie) vurig pleitbezorger is. De gemeente heeft hier nauwelijks grondposities, zij treedt vooral faciliterend op. Iedema roemt de samenwerking van bedrijfsleven, onderwijsinstellingen en lokale overheid. Zoetermeer is de testlocatie voor vernieuwend onderwijs, vertelt hij. ‘Studenten gaan buiten de klas bij verschillende bedrijven challenges aan. Volgens mij is dat de toekomst.’ Een concreet voorbeeld van zo’n samenwerking weet hij ook: Siemens Mobility werkte mee aan de renovatie van de Haagse Koningstunnel en bouwde in de aanloop met een groepje studenten zo’n tunnel na om er brandveiligheidtesten in te doen. ‘Daardoor kon de tunnel twee of drie maanden eerder open dan aanvankelijk was voorzien.’

Is het niet lastig vermarkten, twee bedrijventerreinen met verschillende namen in hetzelfde gebied? Matze lacht. ‘Dat is de vinger op de zere plek; inderdaad zijn die twee namen soms lastig. We hebben dezelfde positionering, we zijn op zoek naar tech-bedrijven. Wel ligt bij ons het accent wat meer op corporates dan op start-ups.’ Wethouder Iedema: ‘Ogenschijnlijk lijken de belangen wat tegenstrijdig, maar we zorgen ervoor dat we aan dezelfde kant van het touw trekken. We hebben allemaal baat bij Zoetermeer als een levendige vestigingsplaats, en het Park is daarvoor de motor. We hebben dezelfde visie voor dit gebied.’

Geen last van corona
Over belangstelling niets te klagen, volgens eigenaar en gemeente. Van de coronacrisis hebben zij geen last. Integendeel, zegt Iedema. Zoetermeer kent in Nederland de hoogste dichtheid van ICT-dienstverleners ten opzichte van het aantal inwoners, verenigd in de Dutch Innovation Community. Op Park en Campus verzamelen zich bedrijven in ICT, mobiliteit en zorginnovatie, en juist die sectoren krijgen in coronatijd een boost. Iedema: ‘We bouwen hier aan een stukje toekomst voor de komende jaren. Met thuiswerk en thuiszorg is de trend van verdere automatisering het afgelopen jaar versneld.’ Het enige wat enige vertraging oploopt, is een test met zelfrijdende shuttlebusjes in het Park. Bedrijven houden hun kruit nu even droog, en er zijn ook nauwelijks mensen om te vervoeren.

Waarom kiezen bedrijven in deze succesvolle bedrijfstakken voor Zoetermeer, en niet bijvoorbeeld voor het nabijgelegen, prestigieuze Delft Science Park? Matze: ‘Ik heb er zelf gestudeerd, dus ik wil Delft niet afvallen, maar niet zoveel bedrijven zitten te wachten op een nieuwe kwantumcomputer. Wél veel bedrijven zoeken toegepaste innovatie.’ Dan zit je met beroepsonderwijs beter, wil hij maar zeggen. Bovendien is deze plek ‘superbereikbaar’, aldus wethouder Iedema. ‘Dit is de enige plek in Nederland van waaruit je binnen een uur tien miljoen mensen bereikt.’ Betaalbaarheid speelt natuurlijk ook een rol, erkent Matze. ‘Kantoorruimte is hier 30 à 40% goedkoper dan in Den Haag. Als een bedrijf zich wil vestigen op de Delftse campus komt er een nieuw gebouw, dat zo € 220–250 per meter kost. Wij renoveren vooral bestaande gebouwen, dan ben je per meter ongeveer € 130 kwijt.’ ‘Maar dan moet je er wel snel bij zijn’, voegt Iedema eraan toe. ‘De prijzen stijgen.’

Meer ruimte zoeken
Heel veel grond voor verdere ontwikkelingen schiet er niet meer over op de Dutch Tech Campus. Een parkeergarage zou wat extra meters kunnen opleveren, maar waarschijnlijker is dat de investeerder/ontwikkelaar zijn heil te zijner tijd elders zoekt. Bijvoorbeeld aan de overkant van de weg, waar een wat somber ogend gebouw voor tijdelijke opslagruimte staat. Wethouder Iedema heeft een ontwikkelonderzoek in gang gezet voor een flinke lap grond aan de overzijde van de A12. Daar staat hem een gemengd gebied met woningen en bedrijvigheid voor ogen. Matze wacht het met interesse af. ‘We kunnen nog een jaar vooruit, maar daarna zullen we toch echt op zoek moeten naar meer ruimte.’